Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( =59 }

ja, dit wisten zelfs de heidenen (*j;m'jzijn dan Gods gs-flagta Wij hebben ook onze hejlemming hier beneden niet. Gelijk de vreemde Reiziger doortrekt naar zijn eigen land, door een land, dat het zijne niet is: zo heBhen wij deze wereld tot ons beftemd verblijf niet. Wij zullen wel tot aarde wederkeeren, waar uit wij genomen zijn; maar de geest_ keert weder tot God, die hem gegeven heeft. Ons pantsch famenftel is, 70 als het nu is, met wijs beleid, voor deze aarde gefchikt: (f) doch voor dezelve niet beftemd, maar, na vereischte verandering, voor een leven na dit leven, in de nog onbekende gewesten der eeuwigheid en de toekomende wereld. Eu hoe kort, onzeker, wisfelvallig, is ons verblijf! onze dagen zijn weinig in getal, onze leeftijd als een handbreedte, als eene fchaduwe, als een niets. Wij worden fnelüjk afgèfneden en vliegen daar heen. (§) Welk een aantal reist, als met grooten fpoed, maar door, en keert nauwlijks in, om te vernagten. En wat zijn zelfs 70 of 80 jaaren bij de eeuwigheid !

Eindelijk, wat al lijden! waar ftaan wij niet voor bloot! wac al nooden en behoeften! wat al moeite en ongemakken! wat al vreemde ontmoetingen ! wat al zorgen en gevaaren! wat al verzoekingen! welke ellenden van onze komst af aan tot onze verhuizing en vertrek! waarlijk, gelijk een vreemdeling veel nodig heeft, om zich in zijn vreemdelingfchap wel te gedragen, en alle zijne ongenoegens te overwinnen: zo ook wij. En, hoe veel zorglijker wordt ons aardsch verblijf, als wij bedenken, wie wij zijn, en wat 'er van ons gedrag al afhangt door alle de eeuwen!

't Is zoo,gelijk de vreemdelingfchap, onder al het zorglijke, ook wel eens iets aangenaams en genoeglijks heeft, en haar nut en voordeel verfchaft; gelijk ze voor onzen Dichter zelf ook niet altijd even bang viel; ja, wat al ftof van belangrijke waarnecming voor een opmerkfaam oog en hart, dat op de waken der natuur, op menfehenkennis en allerlei wetenswaardige zaken, in vreemde landen, agt flsat! wat al gev\ii en voordeel behaalt de handeldrijvende Koopman! wat al genoegen fmaakt menig vreemdeling op zijne wegen! wat al wijsheid, geluk en grootheid, verkreeg eeu abraham,een moses, een josef, elk in een vreemd gewest! wetlc eea vriendelijkheid genoot een paulus onder de barbaaren op het eiland Malta ? — zo is ons aardfche leven, hoe vol van moeite, kommer en verdriet, niet ontbloot van aangenaamheden. Groot en menigvuldig zijn de zegeningenwelke de

mi!

C*) Aratus, cleanthes, appollonius.

CtJ Zieb.v. wat boerhave van onze zintuigen leert: übro c*« ttalus kfltiaut faxitns Jielum Hippocmcis. (§)/'ƒ. XXXIX; ó. XCuoj Kit 3

Sluiten