Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *&> )

milde Schepper door algemeene menfchenliefle rijklük te genieten geeft. Het aardrijk is vol van zijne goederen. Welk eene fchoone gelegenheid geeft ons zijne Voorzienigheid om wijs te worden ! welk eenen rijkdom van algenoegzaamheid opent ons zijn heilrijk Euangelie, om de ruime vatbaarheden van onzen geest met allerlei wezenlijke goederen en beftendige ger noegens voor tijd en eeuwigheid te vervullen) Nooit zij ons oog naargeestig! Maar, gelijk de vreemdeling, vooral wanneer hij zonder vriend of medgezel zonder gids of leidsman, zonder raad en onderrigt,aan zich zeiven gelaten is; door het een of ander ligtlijk kan worden afgeleid van het doel en oogmerk van zijne rei3, ja wel alles ongelukkig verliezen; gelijk b. v. de Indiaanfche vruchten , levenswijs enz. voor veele vreemdelingen hoogst gevaarlijk zijn:zoo dient het goede, dat ons in onzen tegenwoordigeii levensltand te beurt valt, bij toeval,maar al te veel, om de zorgelijkheid van ons verblijf te vermeerderen. Hoe ligt word iemands tafel hem tot een ftrik ! de rust een bron van onrust! het grootfte aardsch genoegen verbitterd! de beste zegen in een vloek verkeerd! Hoe ligt word elk door zijn eigen begeerlijkheid afgetrokken en verlokt! van hier de wijze lesfen van jus us (*) ziet toe, dat uw hart niet ten eenigen tijde bezwaard worde met hras ft rij, en dronkenfchap, noch met de zorgvuldigheden dezes levens, en van petrus (f) ik raad u, als vreemdelingen en bijwooners, dat gij u onthoudt van de vleeschlijke begeerlijkheden, ja hoe ligt kan ook de fchoone Godsdienst, zelfs het Euangelie der zaligheid, wanneer zijniet gelovig worden aangenomen , al zijne vrucht verliezen! Hoe menig een deed eene verlooren reis I en vind een reuk des doods ten doode,in plaats van een reuk des levens ten leven!

Öndertusfchen is de vreemdeling veelal hulpeloos, gelijk hij ook doorgaans vaste goederen mist. Abraham hadt geen plek gronds te Sickem, tot een graf voor zijnen doode. Zoo zijn wij rdien ook als vreemdelingen en bijwooners voor Gods aangezigt. 'Er is niets, daar wij, buiten 't Euangelie, recht, van aanfpraak bij God op kunnen maken. Hec aardrijk is des Heeren, met al zijne volheid. Alles dient ons flegts tot leengebrutk, en blijft des Heeren. Denkbeeld, treffend genoeg voor de gevoelige ziel van den Vorst om 'er zich met zijn gant« fche volk op het diepst onder te vernederen, voor den Heere, en alle zelfs verheffing van zich af te wenden, bij de plegtige gele ca u id der vrijwillige giften ten diende van het heiligdom. (§)

Zo is het eeae algemeene waarheid, dat wij vreemdelingen

°P.

f) Luc, XXb 34. (f) 1 Pttri 1!: tti {§) I Chfon, XXIX.

Sluiten