Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVRIEND*

SY°. 34.

Wit ooren heeft, die hoore, wat de Geest tot de Gemeen, ten zegt.

openb. III: 6.

OPWEKKING AAN MIJNE LAND GËNOÓTEN TEGEN DEN AANSTAANDEN DANK- VAST- EN BEDEDAG.

Het Volk van Nederland moet weder op hoog bevel plegtig voor God verfchijneu — om als een éénig man aan Hem zijnen dank voor de genoten weldaaden te betuigen — zijne zonden te belijden, vergeving om de verdienden van christus te fmeeken , en met eede te belooven, om voordaan de zonden te verlaten en de deugden van mensch, burger en Christen te zullen uitoefenen.

Dit overdenkende — zagen wij te rug op de gebeden ea beloften, welke in den laatften Bededag aan den Aiwetenden gezwooren zijn — en ons hart bloedde op die gedachte: „ zullen zop veele Bondbrekers weder eenen eed afleggen — „ en andermaal meinëedigen worden ?" —Wij zeggen nietp teveel. —-— Dat de ondervinding, de dagelijkfche ervaarenheid fpreke! Zijn de ongerechtigheden feden den laatften bededag minder geworden ? — Hoererij, overfpel, meineed, onteeringen van Gods naam en dag , bedrog, haat, III. deel. LI nijd,

Sluiten