Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 304 3

oproer, bij één te komen. — Ook blijkt het niet of de leden uit zich zei jen zijn paleis verkooren, dan of hij hen tYamenriep. En wat al zijn ftout gedrag tegen den waaren mbssias aanbelangt, midsgaders,dat hij alleen als de mond der gantfche Vergadering fchijnt te fpreken: hieruit volgt zeker niet, dat hij in alles volgends de orde en in de hoedanigheid van gewoon Voorzitter te werk ging. Zijn ampt, zijne drift, zijn ongemeene ijver in het vervolgen van den Nazarener, zijn zelfvertrouwen, dat hij alleen tegen denzeiven, hoe groot hij ware, genoeg was opgewasfen, zijn gelukkige (lag, die zonderlinge trek van Hoogepriesterlijk vernuft, waarmede hij den gantfchen Raad l?adt ingenomen, dit alles, en mogelijk meer, dan wij weten, gaf hem naar alle waarfchijnlijkheid zo veel invloed en vermogen , dat fchoon hij al «een ordenlijk noch wettig recht van aanfpraak maaken kon op het Prajidium in den Raad, hij zich nogthands die eere ditmaal gemakkelijk kon meester maaken, en wist te verkrijgen bij menfchen, welke hem in 't een en ander niet evenaarden-, Vooral gaf het hem zeer veel vooruit , dat hij het was, die voor de orde der Kerk, het gemeen belang, het welzijn van den Godsdienst der vaderen, en al wat het heilig lom betrof, zorgvuldig waaken moest, wiens zaak het derhalven bij uitnemendheid fcheen te zijn , met al zijn vermogen te onderdrukken eenen man, die dat alles zo .gevaarlijk fcheen te ondermijnen.

Ondertuslchen ging het hier , met dit vooroordeel, even als toen Koning achab den Profeet elia begroette met den naam van Israëls beroerder. Want ook de Heiland beroerde niet, maar zijne Regters. (*)

CO Fndien onze josrph ook al, naar dien tijd, ordenliik Vootz(ttei' gfwsest ware .als Hoogemie-ter :zo kon hü'het toch niet zijn, volgens Godlijke verordening. wijl hij niet uit het huis van aüron, maar van vreemde herkomst - en , door valerius gratüs aangefteld was. Usserii AnmUs,p. 5116.

Te Arofterdam, bij M. de BRUIJ'N, in de Warmoesltraat. •

Sluiten