Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 312 )

10 —19.) papierriet en Sari; (VIII: „—13) de N..f wordt genoemd de zee, zo als bij de Egyptenaar* • (VU: 12. XIV: «. XXVI: 12.) de Schep en van papier. (IX: 36Ï) de ziekte van job, de Elephantiafis, zijn ook louter Egyptisch ; zo ook de aanklagers en klagtbrieven.

Doch uit deze beelden en toefpelingen volgt niets meer dan dat de Schrijver van dit boek Egypte niet alleen van hooren zeggen gekend heeft — des kan men 'er niet uit bedriten , dat Egypte zijn Vaderland geweest zij. De beelden, die tot deze ondertlelling aanleiding zouden geven, ftaan flegts hier en daar, zeer enkel, het geen zo niet zoude geweest zijn, indien de verbeelding des Dichters in Egypte haare rigting bekomen hadde. Daar nu de Arabifche hemel overal om den fchrijver zweeft , en Egypte hier en daar flegts enkele ftraalen op hem werpt zo is Arabien zigtbaar het Vaderland van den Dichter en de plaats zijner vorming geweest, en alle toefpelingen op Egypte zijn alleenlijk fieraadshalven , als zoo veel losfe paarlen, in zijn kunstgewrocht ingevoegd.

V ^f1 .Bx/thch Dichter (zegt een geleerd Man) kon „ in klank der taal nooit eenen Arkadifchen gelijken, en „ een Arkadisch nooit eenen Bcebtifchen; en dezelfde „ invloed der luchtftreek op den klank der taal heeft zich „ onder alle hemelftreeken geopenbaard. Nu klinkt de „ ftem, die in dit boek zich laat hooren, hard en ruw, „ als tusfchen de rotzen voord. In geen deel van het „ Oosten kon zij zoo gevormd , en tegen rotzen zoo „ fterk gebroken worden, als in Arabien. Hier moet „ derhalven de Dichter zijn Vaderland gehad hebben. "

Te Amfterdara, bij M. db BR UIJN , in de Warmoes (trant.

Sluiten