Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3-6)

„ zijn tvveemaai tien duizend, de duizenden verdubbeld!

Gij zijt opgevaren in de hoogte, gij hebt de gevangenis „ gevangelijk gevoerd, gij hebt gaven genomen om uit te „ deelen onder de menfchen. Ja ook de wederhoorigen om „ bij u te woonen, ó Heere God! . Gelooft zij de „ Heere! dag bij dag overlaadt hij ons. Die God is onze „ zaligheid! Die God is ons een God van volkomene zalig„ heid! Bij den Heere, Heere zij uitkomften tegen den „ dood!"

Jesus is opgenomen in den Hemel in die plaats,

waar van hij gezegd hadt: In het huis mijns Faders zijn veele wooningen.

,, Ga naar buiten, werdt eens tot abraham gezegd, „ tel de fterren — kunt gij ze tellen? — zoo groot zal

,, uwe nakomelingfchap wezen!" En zoo groot (.mag

een waar Christen 'er bijvoegen) is de menigte der wooningen in het huis mijns vaders en zal dan niet ook even

zoo groot, of nog grooter, het getal der inwooneren zijn? ■- Hoe ftemt toch alles, met dat geen, 't welk zich van eenen Vader, gelijk God is, laat hoopen, zoo treflijk over een! Bouwen toch ook aardfche Vaders hunnen kinderen een huis, waar in zij mogen woonen en geruste dagen hebben — en de eeuwige Vader, (God is liefde 1) zou zijnen kinderen geene wooning bereid hebben in zijn 011meetlijk koningrijk? — Hij maakte reeds deze aaide zoo fchoon en zoo vol van zijne goedertierenheden, die toch maar eene herberg voor wandelaaren , voor vreemdelingen zou zijn; — en tot woon- en verblijf-plaatzen zou hij voor zijue vereerders geen toebereidfels gemaakt hebben?

Daar is derhalven eene plaats der gelukzaligheid voor zijne zaligen. En hoe is die gefteld? ——— De goederen en vreugden der aarde, de besten, die wij kennen; de zachte, onfchuldvolle vergenoegingen der vriendfehap en liefde; de vreugde van een goed geweten, van den wasdom in wijsheid en genade bij God en menfchen; vadei- en moeder-vreugde , zuster- en broeder-vreugde ; vreugde in den omgang met rechtfehapene menfchen, vreugde des genen, dien al, wat hij doet, wel gelukt —— alle deze goederen en vreugden te famen genomen, zoo rein en edel als wij ze maar met Mogelijkheid bodenken kunnen, mogen ons een fchaduw-

heeld

Sluiten