Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 341 )

andere helden van den hoogften roem In het Letterveld, welke vrij gunltig over deze foort van orakelen dagten.

Hier tegen over ftaan veele anderen, blondellus, schotanus, &c. welke lijnregt her tegendeel gevoelen. Naar hunnen dunk dagt maro, en het bij hem gemelde Grieksch orakel, niets Godlijks , niets van messia, maar zong alleen ter eer van den Burgemeester van Rome, deszelfs Zoon, en keizer augustus, 's Dichters gantfche Ecloga word van vers tot vers ontleed, en niets gefpaard, om het hoog gevoelen van de tegenpartij in den grond te wederleggen (*). Echter is men het niet ééns over den naam van het burgemeesterlijke kind, welks heuchelijke geboorte hier zal bezongen zijn. Men brengt het lied gemeenlijk te huis op dien zoon, welken de heldhafte en zegevierende vader, wegens de verovering van de Dalmatifche ftad Salcma, saloninus zou hebben bijgenaamd. Maar gjuseppe bartoli ff) SB anderen , denken liever aan zijn zoon cajus asinios gallus. Hij beroept zich op de Saturnalia van macroisius, op een handfchrift van het Faticaan, op h i e r o n y m u s , op eusebius Chronicon, en eindelijk op servius, verhaalende , datAscoNius pedianus van gallus zelf zou hebben gehoord, dat hij het ware, wien ter eer her gedicht wierd opgelleld. Die zoon zou geboren zijn in 't Jiar 713 , het gedicht 714. na de bouwing van Rome. Met'dat alles fchijnt deze vermaarde twist tot heden toe niet geheel afgedaan noch beflischt. Robbert lowtii (§) vond zoo veel verhevens, zulke merktekenen van hooger oorfprong in 'sdichters zangen,dat, hoe meer hij za las, hoe minder hij ze verftond, en hoe meer hij overhelde om te onderftellen , dat hem hier iets gebeurd zij, het welk socrates bij plato fiaande houdt, dat meermaals het geval der dichtcreu Was,: dat zij,naamlijk, onwetend , of onbewust , door Gods invloed eu befiuur, van zaken onderrigting gaven, die zij zelve niet verflonden. Hij twijfelt zelfs, of ook het dichtffuk wel ooit eenige hope hebbe van regt verftaan te worden. En fchoon alle de redevalingen, die hij maakt, ons niet even gewigtig zijn voorge-

C*) Ser vatius gall/sus. De eigen taal der Schrijveren derniiden en laiereii,vind men,onder anderen, bij denzeiven galt* us, de Sibyllh, p. s8o. —

. (t j La qiiarra eloga di v j r c 1 l 1 o. fpiegata Ha c. bartoli, jn Roma, 1758. voigens de tecenQe van de Mümoncs des Tróyoux. Jjnv. 170'!. p. 141-160.

, <&) Pr^ft< de S. I'. Ifcbr. XXI. Doch de Italiaan fchreef daani*., Vv 3

Sluiten