Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 343 )

fk J zelf gaf mij dit aV.es te voorzeggen.

De Kinderen des grooten Gods — zullen zich virheu'gen.

Hij zalf ■ > zal hen befchermen met een muur yaa yuur.

Landen en Steden zullen buiten- oorlog zijn.

Alles zal Gods liefde uitroepen.

Alles zijn yerëerer om flrijd ten dienjie flaan.

Eeren wij den Godlijken Vader met gezangen ! ■

Weg niet alk vijandige wapens van de aarde.

Zeven volle tijdkringen lang.

Weg met fchilden, helmen , bogen, pijlen ■ . »

De yrustbarc aarde zal den Jleryeling rijk vergasten,

JMet onïphouielijken overvloed van koorn, wijn, olie, •<»

Met lieflijken honig uit den hemel,

Met de heerlijk/ie vrugten, en allerlei ooft,

't Feite rund en klein vee,

Met lieflijke flroomen van den witten melk.

Velden en Steden zullen vol zijn van alles goeds.

Er is geen krijg, geen wapentuig meer,

Geen hagel, geen onweder, verwoest den akker.

Geheel het aardrijk heeft rust en vrede.

God regeert de wereld mei eene algemeene wet.

Regters en Koningen zullen rechtvaardig zijn:

De groote God zelf zal regten en als koning heerfcken.

Groot en rechtmatig zal der menfchen rijkdom zjn. Lammeren zullen weiden met de wolven op. de bergen, De geit,en met de luipaarden , kalven met beeren , De yletsch-vretende leeuw zal hooi eten, als da os, De, kinders zullen't woesl/le dier in banden flaan , Alom ten fchrik verflrekken, Zuigelingen zullen fj'amtn nedei liggen met draken

Gij merkt van zelfs, Lezer, van waar de gewaande Si» Irjllinifche prophetes het heeft, 't Is waar, wij mogen van de dichters zeggen, unus omnes ar dor agit, zij worden allen door één vuur gedreven. Een geest bezielt hen allen. Van hier zoo veel onder hen gemeen. Zonder onderfchiid van landaart en van eeuw. Zou dit hier ook de rede zij i, dat oosterlingen en westerfchen , gewijden en ongewijuen zoo eenftemmig zijn? Er is meer rede, om te denken dat de laatften zulke hooge leenfpreukeu, als wij daar even hoorden., uit den rol des boeks der Openbaring hebben.

Nunc paullo majora canamus. Nu van wat hoogers. Hoe fchoon fchildert jesaja des Heeren chiustüs gezegend Godsrijk, en de gelukkigfte tijden van de Kerk!

De wolf zal met het hm verkeeren,

De luipaart bij den geitenhok nederlig/;en,

Het kalf. de jonge leeuw, en het mestvee .'fgptin, '

En een klein jongsken zal ze diijyen.

De koe en de beerin zuilen tjaxen weiden,

kim'

(O Oracul. Lib. Hf. p. 465 - 480.

Sluiten