Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 344 3

Hitars jongen ff amen nederliggen , En de leeuw zal jlroo eeten, gelijk de osfe, . Het zoogkind zal zich vermaaken over het adders hol, ' Het fpeenkind zijne hand fieeken in aen bafiliskus kuil. Men zal nergens leed doen op mijnen gantfehen li. berg: De aarde zal vol van kennis des lleertn zijn ——— CO

Een andere Godfpraak des Propbeeten luid als volgt:

Ziet ik fchep nieuwe hemelen ■

De voorige dingen zullen niet meer gedagt worden.

Er zal niet meor z'jn een zuigeling van weinig dagen Noch een oud man die zijne dagen niet zal vervullen, Eeu jongeling zal Jleryen, honderd jaaren oud.

De dagen mijns volks zullen zijn, als de dagen eins booms.'

Zij zuiden niet te vergeefs arbeiden

Eer zij roepen zal ik antwoorden.

De leeuw zal Jlroo eeten als een rund. Ct3

Hoe ver zinkt al de ophef van het heidensch dicht bene* den dezen en dergelijke hemeltoonen weg! Al de afgeborgde namaak bij dit echt oorfpronglijk en Godlijk fchoon! Al de fchemering der duistere rede bij 't helder licht van Gods heilig woord! Hoe weinig heeft de eeuw van saturnus te beduiden bij den gelukkigen tijd van den eerften! en tweden vader dezer wereld! De eeuw van apollo bij die van christus! Gij ziet, Lezer, waar gij den oorlprong der heidenfche leer over de gouden eeuwe zoeken moet. Maar wij moesten u nu nog iets herinneren. De ftof groeit onder 't fchrijven, terwijl de piaats enger wordt. i)es enkel met een woord. Hoe veel omzigtigheid is 'er nodig, om onderfcheid te maaken tusfchen eigenlijk en figuurlijk fpreeken! Waaraan het te kennen'/ De vraag hieromtrent door't Haagsch Genootlchap uitgefchreven verftrekt het tot eere. Maar bleef onbeantwoord. Het Godgeleerd Departement van tevler's ftichting volgde dat voorbeeld, en wierd niet te leur geiteld. Wat mag toch wel de rede zijn van deze verfebib lende uitkomst?

Meer voorbeelden van dien aart kunnen wij thands niet aanroeren. Van het een en ander iet meer bij nader gelegenheid.

CO Jefi XI: ö-9. (f) LXV: 17 - 25.

Te Amüctdam, bij 61. de BRUIJN, in de Wannoesltraat.

Sluiten