Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 355 )

«us, te vinden in Matth. XXIV: vs. 29 en volgende, do (piekwijzen, door joëL gebruikt, zien opklaaren, Hief lpreckt de Verlosfer dus tot zijne discipelen: En terftond na de verdrukking diir dagen, zal de zon verduisterd worden , en de maan zal haar fchijn fel niet geven , en de fterren zullen van den hemel vallen, en de kragten der hemelen zullen beweega worden , cn als dan zal aan den hemel verfchijnen het teken van den Zoone des menfchen. — Let wei, terftond na die verdrukking, dat is, na den oorlog, die de Romeinen, ond.r aanvoering van cestius gallus, fiadtaouder van Sjriën , in hu 66fte jaar naar christus geboorte, tegen de Joden gevoerd, en hen reeds op het uiterst van den ondergang gebragt hadden; deze oorlog wordt befehreven vs. 15-18. Hier op voor-

fpelt de Verlosfer van vs. 29-36. den geheelen ondergang van den Joodfehen Kerk- en Burger- Haat, en hij zegt vs. 30: als dan zal aan den hemel verfchijnen het teken van den Zoone des menfchen. Als wij dit verftaan, zul¬

len ons de woorden des Iieeren, bij joc'l te vinden, in

het helderst licht voorkomen. Die met de fchriften

der Euangelisten eenigfins gemecnl'aam zijn , zullen weten, dat de Joden, en bijzonder de Pharifeen , meer dan ééns, van den Heere jesus een teken van den hemel begeerd' hebben. Maar uit deze fchriften blijkt tevens, dat zij door dit teken van den hemel niet anders verftaan dan eene zodanige verfchijning' van den messia, in welke hij met pracht van den hemel nederkomen, zich aan het hoofd van de JooJfche natie ftellen, hen van de beerfchappij der Romeinen bevrijden, en tot gebieders oer wereld maaken zoude. Dit vooroordeel hadt jesus waarfchijnlijk inliet oog, als hij van het einde der Joodfche Kerken Staaisgefteldheid fpreekt, tn bij deze geieeenheid de volgende aanwijzing doet: En als dan, als zon en maan haar glans verliezen, en de fterren van den hemel vallen , en de kiagten der hemelen zich bewegen rullen, dat is: als de geheele inftorting van de Joodfche Kerk en Staatsgelteldheid , in de laatfte belegering van Jerufalem gefchieden

zal, dan zal verfchijnen aan den kemel het tkken

van den Zoone des menfchen. Eu dus zal de Heiland willen zeggen: „ Den ongeioovigen Joden is tot heden mijn. „ optocht te gering , te nederig geweest zij hebben een „ prachtiger openbaaring, die zij het teken van den messia van of aan den hemel noemeu, gewenscht; deze Yy s „ wenscb.

Sluiten