Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 356 )

5, wensch zal niet onvervuld blijven: 'er zal juist in dien tijd , van welken ik thands fpreek , eene duidelijke en „ ontegenzeggelijke openbaring van mijne majesteit gefcbie,, den ; eene openboring , die even zoo overtuigend zal

„ zijn, als of ik zelf verlcheen in volle heerlijkheid." —

Dierhaiven za! de Heer met die woorden, ik zal wonderte* kenen geven in den hemel en op aarde , dit te kennen geven: „ ik zal blijken geven in den hemel en op aarde, dat ik het doe. "

De tekenen van zijne majesteit zouden dezen zijn, op aarde, bloed, vuur en rookdamp; in den hemel, de verkeering van de zon in duisternis en van de maan in

bloed. Volgends het reeds beredende moeten wij hier

door het bloed in 't algemeen verftaan bloedige ilagtingen en verflindende oorlogen, die dan gemeenlijk verzeld gaan ■met vuur en rookdamp , dat is , met het verbranden van dorpen, fteden en vlekken, dten rampzaligen nafleep van den krijg.

Laat ons deze gezegden evenwel uit den ftijl des Bijbels trachten op te helderen. — Die woorden, de zon zal in duisternis en de maan in bloed verkeeren moeten vergeleken worden met die van den Zaligmaaker, de zon zal verduisterd worden, en de maan zal haar fchijnfel niet geven, en de [lorren zullen van den hemel vallen, en de kragten der hemelen zullen beweegd worden (*). —— Men heeft deze gezegden toegepast op den joodfehen Kerkhemel, en dan verftaat men door de zon den Hoogepriester, door de maan den Grooten Raad, en door de fterren de leerende Priesters en Levieten; maar, hoe vernuftig deze fpeelingen zijn mogen , kunnen ze ons echter geenfins behaagen. Veel liever deelen wij u hier over de volgende

aamnerkinge mede. Men kan deze woorden tweejins

verftaan , eigenlijk of oneigenlijk. De Profeten zijn

gewoon oneigenlijk dus te fpreken ; zij verbeelden , door het vermeerderen van het licht van zon en maan, de bijzondere zegeningen en verloslingen ; en door het verdonkeren van deze lichten buitengewoone ellenden, die volken taffen zullen. Wanneer jesaia het volk verlosfing aankondigde , beeldt hij dit door een vermeerderend fchijnfel

der

rt) Malth. XXIV: ij).

Sluiten