Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 357 )

der hemellichten af. Het licht der maarte (zegt hij") zal zijn ah het licht der zonne, en het licht der zonne zal zevenvoudig zijn , als het licht van zeven dagen , ten dage als de Heere de breuke zijns volks zal vertinden en de wonde , waar mede het volk gc(lagen is, genezen (*\ — In tegendeel lezen wij bij dien zelfden Profeet: (f) Ziet de. dag des Heeren komt, grouwelijk, met verhol', ger.heid , en hittigen toorn : om het land te ftellen tot verwoestinge — want de fterren des hemels , en zijne gcflcmtcn , zullen haar licht niet laten lichten : de zon zal verduisterd worden, wanneer zij opgaan zal, en de maan zal haar licht niet laten fchijnet,, — Die zelfde beelden vinden we ook bij e ze c hiel (§), daar zegt de Heere: als ik u zal uitblusjchen , zal ik den hemel bedekken, en zijne fterren zwart maaken: Ik zal de zon met wolken bedekken , en de maan zal haar licht niet laten lichten. Alle lichtende lichten aan den hemel, die zal ik om uwet.t wille zwart maaken : en ik zal een duisternis over uw land maaken, fpreekt de Heere, Heere. — De rede van deze verbloemde (preekmanier is zeer wel nategaan. Want , nadien het fcheppen van zon e» maan , ten dienfte der menfchen , een zigtbaar teken van 's hemels gunde was , wordt Gods toorn en de daar op volgende plagen zeer eigenaardig verbeeld door het wegnemen van die lichten, zonder welken het leven dood, en de vreugde droefheid zoude zi;n, — Indien men dan de woorden in dezen zin verftaat, zal petrus, voor zoo veel hij op het Jodendom ziet , met dezelve te kennen geven : dat hun zoo zwaare onheilen zouden overkomen, dat het gantfche land van het eene einde tot het andere zou bczvvalkt worden met duisternis en fchaduwe des doods, dat , werwaard men zijne oogen keerde , den menfchen, niet dan fchrik en ijzing, zou voorkomen, zonder dat ze een' eenigen ftraal van hoop , of een vonkjen van troost elders zagen doorflikkeren. — Men kan, ten opzigte van dien zelfden tijd , de woorden ook eigenlijk nemen ; de meening derzei ven zal dan deze z;jn: dat de rook en damp, opgegaan uit het vuur van verbrande fteden , dorpen en gehuchten , als een wolk in de lucht gevoerd , het Jicht der zonne zou bezwalken; dat weder, aan de andere zijde,

CO Jef. XXX: 26.

(t) Huofdfi. XIII: 9, 10.

(§) HoofJjl. XXXII: 7, 8.

Yy 3-

Sluiten