Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

D E

GODSDIENSTVHIEIDè

W°. 46,

•Den welken Gij niet gezien hebt en nochtans lief hebt, in Hen welken Gij nu• hoewel (hem) niet ziende, maar ge, loovende, u verheugt met eene onuitfprekelljke en heer, iijke vreugde.

i pet. I: 8.

SIET VERLANGEN VAN DEN CHRISTEN.

De waare Vriend van den Godsdienst betreurt met hééts traanen de minagting, ja! veragting, waar in de uitlegkunde in deze dagen is! — wat zal 'er ook van onzen Bijbel worden bij gebrek van uitlegkundige kennis! — Men kan dan van dat Boek alles maaken, wat men wil. De Prediker kan dan ook leerredenen voordbrengen (over en bij plaatfen van den Bijbel,) waar in denkbeelden begrepen zijn, geheel vreemd voor de Scbrijveren van dat Boefo —• Wij meenen, dat dit ook het ongelukkig geval is met de bovenflaande woorden van petrus. '->•—*- Wat hééft me:i daar over niet een meenigte zoete dingen te boek gefteld. en aan het licht gegeeven! wat heeft niet menig Redenaar over die woorden hartroerende voordellen gedaan , terwij! intusfchen petrus aan alle die dinjen, in dezen, niec zal gedacht hebben.

III, DBBfcj Zê 3«

Sluiten