Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 371 )

van zijne verhardheid, maakt hem zo onbuigfaam ten goede als zijne verftijfde leden. Hij laat zich niet meer gezeggen, veragt alle 'vertoogen der jongeren van God en godsdienst. Hij beeldt zich in iets grootsch te zijn, dat hem onvatbaar maakt voor allerlei wezenlijke indrukzelen. — De gierigheid, die eeuwige bedelaar, doet hem ook meer voor een' onnodigen teerpenning dan voor zijnen onfterflijken geest zorgen. Dit is zijne taal: „ Ik zal

- nu opleggen , op dat mij aan het eind van mijne le„ vensreis niets mag ontbreken." Deze ondeugd maakt hem doover voor alle roepingen ter bekeering, dan alle vermaaken der jeugd, 't Is dus niet te verwonderen , dat hij nog op den oever des grafs alle vermaaningen ter bekeering gemelijk afwijst.

Hier komt bij, dat eene lange gewoonte in V zondigen hem de bekeering moeilijker maakt. — Stel u den mensch voor, zoo als hij in ongerechtigheid geboren is. Zie , welke fhelle voordgangen hij doet in de zonde ; zonder moeite komt hij tot voltoojing van dit werk. Weinig proefjaaren worden 'er vereischt, om meester te worden in de fchool der godloosheid. De zaaden van ondeugd fchooten diepe wortelen, de boom des kwaads groeide, de takken van booze hebbelijkheden fpreidden zich door alle de zielsmagten , zij dragen Hinkende vruchten van ongerechtigheid ; zoo dat het kwaad , het zondigen als. zijne natuur is geworden. Hoe zwaar moet het dan zijn, in dien dag van zin, ftaat en weg te veranderen? Hoe zal hij de veragtelijke denkbeelden van God en godsdienst wegrukken? Hoe zal hij zijne zinnen van de wereld en van haare fchijngoederen aftrekken ? En , dat meer is , hoe zal hij het verfteende hart tot waar berouw , tot liefde voor God in christus overbuigen ? — 't Is waar, een tagtig- of zeventig -jaarig zondaar zal zoo veel* fcwaad niet meey dan in zijne jeugd bedrijven; doch da Aaa % zwak-

Sluiten