Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 37* )

jswakheid van zijne Ieemenhut is hem alleen het beletfel , zdjne ziel vermaakt zich nog in dezelfde zondige gedach» ten; de wil en begeerten, om de zonden der jeugd te volbrengen, zijn nog dezelfde , waren 'er maar dezelfde lichaamsvermogens. Zoo onmogelijk dan eeu moorman zijne huid, een luipaard zijne vlekken kan veranderen,zoo min zal hij goed doen, die geleerd is kwaad te doen. En hier uit blijkt ten duidelijkfte, dat het waar berouw in een' in zonden oud geworden mensch zelden te wachten zij, «te Doch verbeeld u; dat dees grijsaard nog een treurig gezigt wendt naar zijne voorige jaaren; hoe weinig, helaas ! is dit voor hem van een' gelukkigen uitflag ! De zonden der jeugd zijn veel, der manlijke jaaren nog meer, en die des ouderdoms niet weiniger. Dus befchouwende, hoe hij ziel en lichaam, tot dezen oogenblikke, der wereld toewijdde , zijn' Maaker, zijn' goeden Maaker vergeten, zijn eeuwig heil verwaarloost en alle de genademiddelen met voeten getreden heeft , zoo wordt hij op dit gezigt wel eens eer wanhoopend dan biddend, en gaat vol wroeging (zo hij niet in het euangelie zijn Verlosfer zoekt) naar eene geduchte eeuwigheid. fH Befchouw het ftuk aan de aangenaamfte zijde. Stel eens, hij wordt bekeerd, 't Is zoo , de Alraagtige toont }n hem een blinkend teeken van tedere barmhartigheid en ontfermende merifchenliefde ; doch nimmer kunt ge hem dien naam geven , oud vriend, oud bondgenoot des Heeren ! Nimmer zal davids roenitaal op zijne lippen voegen : ó God! gij hebt mij geleerd van mijne jeugd af, en tot nog toe verkondig ik uwe wonderen! Die blaam, die fchandelijke blaam , zal tot zijn' jongfte fuik op hem rusten : dees keefi zijne beste dagen den Satan gegeven !

Hier- uit kunnen wij dan opmerken, dat de bekeering den. ouden, dag niet alleen gcvaarliik. maar dat het ook tf& meer- üeraad en eer. voor een. Christen zij * zich voordten

Sluiten