Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. -35

heid in zijn' hoogen Perfoon, Verzocnings en Zedeleer zoo grievend verfmaaden, en kleinachten O), te' ijveren, gelijk de Discipelen omtrent de Samaritaanen, wanneer zij weigerden hunnen geliefden Heer en Meester te ontvangen, en daar op tot Hem zeiden, Heer! wilt gij, dat wij zeggen, dat vier van den Hemel nederdaale, en deze ver finden, gelijk ook Elias gedaan, heeft? Maar laaten wij in dat geval altijd gedenken aan 't merkwaardig antwoord van onzen zachtmoedigen Heiland , zeggende tot hen op eenen beftrafTenden toon : Gij weet met, van hoedanlgen geest gij zljt- (£) Trouwens het is hier ook de tijd van vergelding niet. En deeze dingen moeten naar de Voorzeggingen gefchie-

den, Jef VIII: 14» -5- Luc' 11: 34» 35- °P" dat de Goddelijke oogmerken met de komst van Christus in de weereld in alles vervult worden.

Laat ons nochthans elk in zijnen eigen kring door deeze Schriftuurlijke leer, die wij gehoord hebben, ons tragten in 't geloof te Herken, en te waaken tegen dien geest van afval en verleiding , die in de weereld is uitgegaan. En zien wij veelen afvallen, en Christus verlaaten, dat wij dan gedenken , dat dit ook ter onzer beproevinge gefchied, ten einde wij met zijne Discipelen daar door aangefpoord worden om te vrijmoediger en openlijker in de weereld te verklaaren, en voor hem te betuigen, gelijk Petrus deed: Heer! tot wien zullen wij henen gaanf

Gij

fa ■) Gelijk daar van een nieuw ft-al voorkomt i* den Konst en Letterbode, n. fSl. waar n.en -«« vergif van 't heilloos Secinianimus met eene volle hau* geftrooit vindt

O) Luc. IX: S-v 55'

I 4

Sluiten