Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136 Christocratie, of de Heerlijkheid

Gij hebt de woorden des eeuwigen levens: Ende wij hebben gelooft, ende bekent, dat gij zljt de Christus , de Zoon des leven dl gen Gods. \a~)

Wij zouden ons nu voords' aangaande deeze fchriftuurlijke leer van de heerlijke régeerino- en heerlch ppij van Christus over alles uitvoerig en aangenaam konnen bezig houden, dan nadien daar over een zeer leerzaam en opzettelijk vertoog voor handen is in 't Werk van den beroemden owkn, over den Brief aan de Hebreen, I. Deel bladz 617 -641. konnen wij ons daar aan houden. Hebt gij intusfchen iet naders hier omtrent voor te draagen, laat ons dan daartoe overgaan.

zoon.

Ja, die ftof geeft, dunkt mij, veel aan de hand, dat onze nadere befpiegeling wel verdie. ncn zal. Dan gun mij vooraf eene bedenking te moogen opperen.

Gij Helt, dat de Perfoon des Middelaars oh* derwerpelijk alleen in zijne menfchelijke natuur verneedert en verhoogd is, dus volgt dan ook, dat ent gedeelte zijner verhooging, namelijk zijn bewind, regeeringen heerfchappij over alles in Hemel cn op Aarde ook alleen aan zijne menfchelijke natuur moet worden toegekend. Maar zou niet ligt daar over deeze bedenking konnen rijzen? 1. Heeft dan de allerhooglte'Godheid bij wicn alleen oorfprongelijk en onveranderlijk alleoewind, regeering en heerfchappij huisvest, daardoor ook iet van haare rechten aan de menfchelijke natuur van Christus afgedaan? Q.Hoe verheven gij ook met reden denkt pyer de Verhooging dier

na-

O) Jeait. VI: 63 , 69.

Sluiten