Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

142 Christocratie, of de Heerlijkheid

zen Katechismus, Zondag XVIII en XIX. —— Uk het een en ander ziet gij, hoop ik, dat in llee, dat de regeering en 't bewind van onzen Godlijken Middelaar iet ontrooven zou aan 'c oorfprongelijk bewind der Godheid , het zelve veel eer (trekt —— om den luister en heerlijkheid van dat bewind te verhoogen, aangezien het ons tevens openbaard de liefde en genade, welke God tot ons gehad heeft, om zijnen Zoon als Middelaar in dat bewind aan te Hellen — als ook om ons vertrouwen te Herken en vrijmoedigheid bij te zetten, uit aanmerking, dat Hij, die dit bewind uitoeffent, ook mensch, en dus onze natuurgenoot en oudfie Broeder is, met wicn wij door den Heiligen Geest zoo vereenigt zijn, dat wij vleesch zijn van zijn vleesch, en been zijn van zijne beenen, en door eenen Geest eeuwiglijk leven en geregeert worden

ZOON.

Ik dank U voor uw aangenaam onderrigt. Mijne bedenkingen zijn daardoor niet alleen opgeheeven, maar ik gevoel mij, dunkt mij, tevens ook geHerkt in de hartelijke aankleeving van de lecre dier verborgenheden, welke in de leerflukken van onzen Hervormden Godsdienst, zulk eenen gewigtigen invloed hebben, en zulk een uitgebreid nut en gegronden troost opleeveren, voor hun, die in 't geloove zijn. Mij dunkt , waare Christenen, die in 't geloof deezen troost konnen en moogen fmaaken, behoorden zich niet vreemd te houden , veel min zich gebelgt te toonen, wanneer zc in onzen tijd, zoo wel als

voor

(<z) Katccb. Vr. 76.

Sluiten