Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. 143

Voor heen, door de navolgers van eene bedorven wijsbegeerte, om de aantdeeving dier leer worden aangezien en uitgekreeten als Phantasten, Miiilieken , Geestdrijvers en dergehjken : want nadien zij mar Paulus uitfpraak, i Cor. 11: 14. deeze dingen niet verftaan noch onderfcheiden konnen, zoo moeten waare geloovigen toch erkennen, dat hunne geloofs erkentenis en gevoelen in deezen O), geen vrucht is van hunnen eigen akker, maar eene gaave dier genade, waar voor onze Heiland zijnen Hemelfchen Vader dankte, toen Hij zeide (b): Ik dank u Vader, Heer des Hemels en der Aarde, dat gij deeze dingen voor den wijzen en verflandigen verborgen hebt, ende hebt dezelve den kinderkens geöpenbaart. Ja vader, want alzoo is geweest het wtlbehaagen voo? u Hierom voege ook onze belijdenis, Art. IX. Het geloof cn.

de bevinding zaamen: zeggende, ,, Dit alles

te weeten:" de Geloofs leer aangaande de l.eilige Drieëenheid, — „weten wij zoo uit de „ getuigenisfen der Heilige Schriftuur, als ook „ uit haare werkingen, ende voornamcnlijk uit de geenen, die wij in ons gevoelen." W j zouden nu onze befpiegcling aangaande het heerlijk bewind en opperbdluur van onzen Heiland , als den Oppervorst van 't heir des Heeren kennen voortzetten, dan nadien die voortreffelijke Verhandeling van den grooten owtN tot welke gij mij verweezen hebt, mij uitlleekend tot leering gediend heeft, zal ik flechts vriendelijk verzoeken , om ter nadere opheldering van 't een en ander dit ftuk betreffende,

mij

O) Philip. T: 9.

(J ) Matth. XI: 25, 26".

Sluiten