Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. 145

en in den naam van Jefus Christns gedoopt zijn, of zij door middel van den doop en van hunne Belijdenis, ook tot Christus onder zekere betrekking en yerpligting gekoomen zijn?

VADER.

Irt gevoel reeds, dat gij mij door deeze en foortgelijke vraagen , zeer ligt in een' wijder omtrek van befpiegelingen zoud konnen heên lokken , dan ons eigenlijk bellek kan toelaaten. Ik zal daarom op uwe vraagen zeer kort zijn. — Dat alle, die in den naam van Christus gedoopt zijn, cn her. Christendom belijden, tot hem onder zekere betrekking en verpligting gekoomen zijn, wie kan daar aan twijlfelen, die te recht indenkt, dat wij door den Doop aan Hem zijn toegewijd, cn zoo lang wij belijden Christenen te zijn , — 't zij dan ingewikieeld, door ons alleen aan onzen Doop tc houden, "t zij uitgewikkeld, door eene plegtige Belijdenis afteleggen. — Belijden wij daar mede, dat wij behooren tot deMaatfchappijdergeenen, die Hem etkennen hun Heer en Hoofd te zijn. — 't Zij nu , dat die beljjdenis , al of niet, in waarheid en oprechtheid gefchied , waar over Hij ten geenen daage zal oordeelcn en vonnisfen. Die Belijdenis behelst nochthans eene zaakelijke verklaaring, dat wij ons aan Hem als onzen Heef onderwerpen, en vrijwillig verpligten tot zijnen dienst en gehoorzaamheid. Behalven nu den Geestelijken Godsdienst des harten en deszelfs bcöeflening in - cn onder de ingeftelde middelen van Godsdienst zoo in 't openbaar als verborgen , — over welks aart, natuur en waarde, Hij, wiens oogen zijn als een vlamme vuurs, K en

Sluiten