Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. 149

christus in deeze dingen dient, is Gode welbehaaglijk ende aangenaam den menfchen. —■ En Petrus zegt : zijt dan alle menfchelijke ordeningen onderdaanig om des heeren wille; het zij den Koning, als de opper fe magt hebbende, het zij den Stadhouderen , als die van hem gezonden worden tot ftraffe wel der kwaaddoeners , maar tot prijs der geenen, die goed doen, Gij vind deeze pligten aangeweezen Eph. VI: 5—9 V: 23, 24. Coll. 111:17.23,24. IV: 1. Rom.XlV':i$. 1 Pet. II: 13, 14. Is nu de befchikking van alle deeze rangen en ordeningen eene inftelling van onzen Heer Jefus Christus; en belijden onze Koningen, Vorsten en Overheden, dat Jefus hun Heer en Hoofd is, dan zijn ze verfchuldigt, gelijk ik zoo even zeide, om naar luid van den Ilden Psalm Hem te dienen met vreeze: en alle hunne magt en heerlijkheid in Zion in te brengen, dat is, aan te wenden ten nutte van zijne Kerke, tot voortplanting van zijne leer en tot voorüand en uitbreiding van zijnen Godsdienst (*). Doen ze dit niet, en laat hunne Staatkunde niet toe, om de Zedekunde van onzen Heiland eerbiedig gehoor of plaats te geven , wat zal dan niet hunne verantwoording gedugt , en hun oordeel vreeslijk zijn! Dan hoe heuggefijk daar en tegen is de Voorzegging in Psalm LXXH: 8. 10, tl. en 17. als ook aangaande die Vorsten, van welke Jefaias voorfpek heeft, Cap. XLIX: 7, 23.

Ko-

(*) Die dit niet erkent, en zich bevoegt acht om mede te werken tot afzondering des Godsdienst van den Staat, zou die daardoor niet zijn Belijdenis van het Christendom verzaaken?

K 3

Sluiten