Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. 151

en veel lief re hebben, veel grooter ia 't Koningrijk der Hemelen zijn , dan hij, die veel doed , en weinig liet heeft. De mensch ziet aan dat voor oogen is; maar onze Heiland ziet het hart aan

zoon.

Maar is het bewind en de heerfchappij van onzen Heiland zoo alles bevattend' en over de geheele weereld uitgeftrekt , hoe kan Christus dan tot Pilatus zeggen (aj Mijn Koningrijk is niet van deeze weereld?

VADER.

Zeer wel: Christus zegt niet over deeze weereld, maar van deeze weereld, Het eerfte geeft de uitgeftrektheid te kennen, waar van ik fpreek, en het ander wijst den aart en natuur van zijn bewind en Koningrijk aan, in zoo verre zulks kon en moest dienen tot onderrigt van Pilatus, en tot verdeediging van zich zeiven tegen de valfche befchuldigingen der jooden. Intusfchen is het zekerlijk waar , dat in dien zin, als de Joden Hem befchuldigden , en Pilatus dit opvattede, Jefus Koningrijk niet van deeze weereld is. Zijn bewind en beftuur in deezen opzigte, is Geestelijken Hemelsch, van daar, dat het genoemt wordt het Koningrijk

der

(*) Zie nader over dit onderwerp de Geleerde en Godvrugtige Overdenkingen van den Eerw. j. hinlópew n. 3. bladz 201. cn bijzonder bladz. 209. en verv.

(«) Joann. XVIII: 36.

K 4

Sluiten