Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van "Jefus Christus als Middelaar. 155

lieer te zijn, en in zoo verre zij zijn leer en godsdienst Nationaal aanncemen en befchermen, rijst daar uit die betrekking, waarna gij vraagt, en ontdaan daar uit die verpligtingen, van welke ik gefprooken heb. Want die den naam van Christus noemt, moet afdaan van alle ongerechtigheid. —

zoon.

Maar is die betrekking, dan ook van die natuur, dat elke natie der Christenen God mag aanmerken als nationaal hunnen God te zijn!

VADER.

Gantsch niet in den zin van het Sinaïtifche Verbond, 't welk geheel heeft opgehouden. Maar in zoo verre God; een Christen natie, boven Turken, Jooden, en Meidenen, blijft begundigcn met de bekcntmaaking en aanbieding

dat als een Volk hiermede begunftigd, die weldaad Natiti naai begins te verfmaaden , men op zijne gedaante , al rasch zal konnen leezen icaeod. Getuigen zijn die ze» ven Afiatifche gemeenten, in Opmi. II. en III., bedreigt. Toen Christus 0m zijne belijdenis, dat hij Gods Zoon was, gefmaad en veroordeeld wierd, voorzeide Hij aan den Joodfchen raad, Matth. XXVI: 63, 64. dat Hij eerlang ftond te koomen op de wolken des Hemels , om dien f'maad op zijne vijanden te wreken, gelijk den Joden kuit hier op gebeurt is. En dit ftaat ook zeker elke Na. tie te dugten, wanneer de verfmaading vanzijn perfoon en Godsdienst onder hen de overhand verkrijgt Dan , nadien wij de eindpaalen van Gods langmoedigheid met ons gezigt niet bereiken konnen, moeten wij ons ook nooit vermceten, ons in deeze op Gods reehterftoel te plaatfen. Gods weg, en onzen pügt vinden wij in dit opzigt ons duidelijk aangcweezea Ff. XXXVII; 7. L: u. en PrcdMïlY- 12.

Sluiten