Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

156 Christocratie, of de Heerlijkheid

ding van zijn heil verbond, verklaard God daar mede- dat hij guftöig toe die Natie in betrekking komen wil, als hunne God; wordt nu dit aanbod verfmaad, dan vallen de verfmaaders onder het geduchte oordeel, dat God bedreigt Spreuk I: 20-33. Aan de andere zijde, heeft elk lid der Natie, die dat Verbond in waarheid omhelst, allen grond, om God als zijnen God te erkennen en aantemerken; naar maate nu van derzulken aantal, en hun beftaan en gedrag, als het zout der aarde, zijn zij als een heilig zaad, en als de eik en de haag-eik het iteunfel en de behoudenis der Natiën, om welker wil God veele weldaadigheden, verfchooningen en goedertierenheden aan dezelve bewijst en groot maakt; ook door zulke tusfcnenkomfïen zijner bijzondere Voorzienigheid, die het opfchrift draagen: Dit is van den Heere gefchied, en het is wonderlijk in onze oogen'. Getuigen daar van zijn ook de Jaarboeken van ons Vaderland.

ZOON.

Maar hebben dan de^ waare bondgenooten uit kragte van het Genade • Verbond, ook eenige bijzondere beloften van God, aangaande) hun Vaderland, en van hun tijdelijk welvaaren vrede en voorfpocd in het zelve?

v a p E r,

Zjj hebben uit kragt der hoofd belofte van dat Verbond, dat God, hun God, en hoogfe goed zal zijn, de zekere verwagting, dat, als

zij

Sluiten