Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Jefus Christus als Middelaar. 159

de Regeerer Van alles in Hertel en op Aar* de, fchijnt men dan geen befluit te konnen trekken, dat zij, die in zijnen naam gelooven, en tot zijne gemeenfchap behooren, daarom de meest bevoorrechte zullen zijn in 't genot van aardfche zegeningen op deeze weereld.

vader.

Geen waarheid is duidelijker uitgemaakt in den Bijbel dan even deeze, nochthans blijft het zeker, dat onze tijdelijke welvaard in een zedelijk verband ftaat tct Deugd en Godsdienst. Dit wisten de Heidenen, en betoogden dit uit gronden van den natuurlijken Godsdienst, doch daar hunne uitzigten in de eeuwigheid verwart en benevelt waaren, bleven zij in een doolhof van verwarring aangaande het Goddelijk beduur in de weereld, en zijner eindoogmerken in de zoo zeer verfchillende lotge. vallen der menfchen. Zelfs voornaame hei. ligen onder den ouden1 dag hadden zomts gebrek aan doorzigt, hoe deeze waarheid te vereffenen met hunne eigene ondervindingen. Men zie Pf LXXIÜ. Jer. XII. Hab 1: 12 16 en elders. Dan de Godlijke Openbaaring, en de meerder trap van verlichting, die onder het Nieuwe boven het Oude Verbond plaats grijpt, heeft deeze verborgenheid volkoomen ontwik* keld,en in 'chelderde daglicht doen doorbreeken.

Van hier, dat men gelijk in 't Oude, onder het Nieüwe Testament, door geene heiligen eenige klagten genaakt vind over Gods Voorzienig beduur in de toédeeling van tijdelijke rampen; in tegendael de Apostel Paulus maakt er zelf een roemftof van, niet alleen als drekkende tot

be-

Sluiten