Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

166 Christocratie, of de Heerlijkheid

beloftenisfen te beërven (ö): waartoe dan vooral ook noodig is, dat geduurig zien op den overften Leidsman, en voleinder des geloofs, die langs deezen weg in die heerlijkheid is ingegaan , waar van wij tot hiertoe gefprooken hebben.

ZOON.

Maar hoe zal nu, volgends uwe hoofdftellirg, de heerlijkheid des Middelaars en van de geloovigen in Hem, ftrekken ter allerhoogfte verheerlijking der Godheid tot in alle eeuwigheid?

vader.

Ja het wordt hoog tijd, dat ik dit nog met een woord aanwijze, en daar mede ons Gefprek befluite.

Zagen en befchouwden wij tot hier toe de heerlijkheid van onzen Heiland, als alle dingen in Hemel en op Aarde regeerende en beftuurende tot heerlijkheid Gods, en tot heil zijner Kerke; 'er blijft nog over, kortelijk iet te gcwaagen van die heerlijkheid, welke aan Christus en alle zijne geestelijke leden befchooren is , nadat Hij als Middelaar zijn regeering en bewind over alles, yolgens 't eeuwig beitek der Godheid zal voltooid, en voleindigd hebben: want dan zal Hij eerst in den volden nadruk ontvangen, en genieten dien loon, welke Hem op zijnen arbeid was toegezegt, en waarop Hij altijd gehoopt, en zoo erndig om gebeden bad'. (O. :

zoon.

(«) Ihb: VI: 12.

Psalm XVI : II» en Jcan, XVII.

Sluiten