Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

yan Jefus Christus als Middelaar. \j\

weiden, en hun een Leidsman zijn tot de levende fonteinen der wateren, en God zal alle traanen van hunne oogen afwisfen (a). En gelijk Hij daar voor in eeuwige liefde door de zijnen zal worden aangekleeft, en 't voorwerp zijn van hunnen roem lof en verheerlijking, alzo zullen zij in en door Hem, de eer, de heerlijkheid en de dankzegging over alles toebrengen aan Hem, die op den Troon zit, als uit wien, door wien, en tot wien alle dingen zijn. Gelijk wij zien Openb, I: 6. IV: 8-11. V: 9—14. En alzoo hoop ik, het Thema ons voorgefteld, dat de Heerlijkheid van Christus, als Gods - bewindsman over alles, ftrekken zal tot de hoogfte verheerlijking der Godheid tot in eeuwigheid, eenigzins toegelicht, en betoogd te hebben.

zoon.

Ik dank u van harten voor uwe aangewende moeite, en het leerzaam onderrigt mij voorgehouden. Ik hoop 't zelve na te denken, en daar uit die nuttigheid te trekken, welke gij ten mijnen opzigte bedoelde.

vader.

Doe zoo ! En laat mij onder een zegenend affcheid dit Igefprek eindigen met het flot, waar mede de feerw, de haas zijn vertoog over de Twee Verbonds hoofden beflooten heeft.

„ Wel aan mijne ziel! u zelve opgewekt „ en aangegord, om tegen zulk een wanbe-

„ ftaan?

(a) Ofeni. VII: 10—is.

Sluiten