Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

178 Be Heerlijkheid van Christus, als

wierd aan de Kerk. Daar waaren eenige voorbeelden , zinnebeelden en Fchemeringcn van in aloude dagen , maar de volle openbaaring daar van wierd bewaard tot verheerlijking van het Nieuwe Testament. In deeze laatfte dagen, hebben wij de allerblijkbaarfte en volzekcre Openbaring ontvangen, dat Christus Jefus de Middelaar, die uit het zaad van Bavid was naar V vleesch, God is boven alle te prijzen tet in der eeuwigheid

D E heerlijkheden nochthans, welke uit deeze geheiligde verëeniging voortfpruiten, zijn te verheven om alle aan ons ontdekt te worden in den tegenwoordigen ftaat onzer zwakheid. Zij zijn te groot en uitgebreid om te konnen omvat worden door de bekrompenheid van onze vermogens, zoo lang onze zielen nog omhangen zijn met vleesch en bloed. De ftraalen der Godheid, die eens van de Menfchelijke Natuur van Christus uitblonken op den Berg zijner gedaante veranderinge, konden de Discipelen niet verdraagen. Het is bij trappen , dat wij kennis konnen verkrijgen aan deezen Godlijken Perfoon; en gelijk zijne Godheid geheel licht en glansrijk is, zoo heeft ook zijne Menfchelijke natuur, offchoon ze een fchcpfel is , ontwijffelbaar in zich zelve veele bijzondere uitmuntenheden en voorrechten, die haar gefchikt maaken om met eer én betaamelijkheid zoo naauw vercenigt te zijn met de Godheid.

En buiten tegenfpraak heeft ze dit, als mede haare allerverbazenfte verhooging , beiden in magt, vermogen en heerlijkheid verkregen door deeze geheiligde en wonderbaare betrekking, zoo

wel

O) Rom. IX: 5.

Sluiten