Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 181

Zommigen van deeze zijn aangebooren Eer en voortreffelijkheden, die de Menfchelijke ziel en het lighaam van Christus toebehooren, en daar zijn andere wonderbaare kragten en waardigheden aan den Menfche Jefus toegevoegt, deels, door zijne Verhooging in den Hemel, en deels uit hoofde zijner verëeniging met de Godheid, gelijk te vooren is aangemerkt.

In veele gevallen moet men toeitaan, is 't moeijelijk , zoo niet onmoogelijk, om naauwkeurig te zeggen, in hoe verre, de Menfchelijke natuur het onmiddelijk onderwerp is van zommige verheven Eer en Handelingen , en in hoe verre die aan de inwoonende Godheid moeten worden toegefchreeven : om in alle opzigten de eigenlijke fcheidpaalen te vinden van de bewindsmagt, of eer van de twee natuuren van Christus^, is eene verborgenheid, die wij tegenwoordig niet doorzien konnen. Terwijl nochthans de Schriftuur zoo veelvuldig geopenbaart heeft de Verhooging van de Menfchelijke Natuur van onzen Heiland aan Gods regtehand, tot het genot van onbegrijpelijke trappen van vermoogen, gezag en luister, betaamt het ons, dien Man, tot wiens eer God de Vader zulk een welbehagen heeft, zodanig te verceren, dat wij leezen en verdaan mogen, zoo veel wij konnen, de bijzondere Heerlijkheden, waartoe Hij zoo zonderling verhoogt is.

Het is zeer gewoon onder ons, omdat wij weten, dat Jefus Christus waarachtig God is, en dat zijne Menfchelijke Natuur vereenigt is met de Godlijke, dat, als wij in de Schrirtuur eenige heerlijke en verheven eigenfchappen aan onzen gezegenden Verlosfer vinden toegefchreeven , wij terftond ons te vreede houden om die M 3 on-

Sluiten