Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen , enz, 183

en insgelijks veele, waarin ook de Menfchelijke Natuur van Christus te gelijk vereert wordt, en dus een duidelijk bewijs in zich bevatten van de verëeniging zijner Godheid met de Menschheid. Doch nadien 'er zommige Schriftplaatfen zijn , waarin volgens derzelver natuurlijke en blijkbaare beteekenis, voornaamclijk de eer van zijne Godheid word aangewezen, cn andere voornaamelijk omfchrijven de verhooging zijner Menschheid, laat ons derhalven zoo veel recht doen aan onzen gezegenden Heiland, dat wij acht geven op de onderfcheide eer en waardigheden van beiden zijne Natuuren, welke ons in deeze Schriftplaatfen geleerd worden , ten einde wij Hem die volle heerlijkheid mogen toebrengen, die wij aan zijnen geheiligden Pcrloon als God en Mensch verfchuldigt zijn.

Ook kan het geenzins de heerlijkheid van onzen gezegenden Middelaar benadeelen, of de eer zijner Godheid verdonkeren , als wij aanwijzen , welke uitgebreide vermogens en vatbaarheden en verheven waardigheden aan den Menfche Jefus zijn medegedeeld, 't zij dan door zijne tegenwoordige Verhooging, of door den invloed van zijnen Godlijken Perfoon, die haar tot zich in zulk eene naauwe vereeniginge heeft aangenomen, terwijl wij tevens aan de gezegende Godheid blijven toekennen alle haar eigene uitfteekenheid en oneindig Oppergezag boven den Mensch.

M 4 TWEE-

Sluiten