Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 185

melijk (a). Het was eene zaak van '/ Goddelijk welbehagen, da: God wilde woonen, en ziet» openbaaren in die bijzondere Ziel, en in dat bijzonder Lichaam, dar. re Bethlebem geboren was.

Hier uit volgt, dat de Invloeden en Voorrechten, welke uit deeze Verëeniging voortvloeiden , bepaald zijn door den wil en 't welbehagen Gods, en dat de Eer en Kragten, welke uit deezen hoofde aan de Mentchelijke Natuur te beurt vallen, ingehouden of medegedeeld, vermindert en vermeerdert konnen worden volgens den wijzen raad, en bepaalingen van den Goddelijken wil.

Het fchijnt eene der geheiligde wetten dee* zer onuitfpreekelijke verëeniging te zijn, dat aan den Mensch Jefus, zulke Denkbeelden, Invloeden, Kennis en Kragten door de inwoonende Godheid, zouden worden medegedeeld, zoo ia maate, als in opvolging van tijden, als dezelve zounodig hebben tot de uitvoering van zijne verfcheide Bedieningen en Werkingen in de Godlijke huishouding der genade. Want de Menfchelijke ziel van Christus kan alle mogelijke denkbeelden niet gelijktijdig en beltendig ontvangen en opfluiten, dit waare zoo veel als te onderftellen, dat de Menschheid met Goddelijke eigenfchappen begaaft was. Maar zoo dra het de inwoonende Godheid noodig keurt haar met nieuwe en uitgebreidere denkbeelden en kragten te voorzien, zoo wordt ze ook terflond vatbaar gemaakt om die te ontvangen, en te oeffenen, beiden in den Staat van haare vernedering, en van haare verhooging. Dit

(c) CtU. i: 19. Ui 9.

M 5

Sluiten