Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 193

Boek van Gods raadflagen te leezen Die is de Openbaring, welke God aan Jefus Christus gaf^ om aan zijne Dienstknegten te toonen de dingen, die haast gefchieden zouden, en die hij door zijnen Engel gezonden, en aan zijnen Dienstknegt Joannes te kennen gegeven heeft. Openb. I: 1.

11. De Menfchelijke Natuur van Christus als vereenigt met zijne Godheid is verhoogd tot het Befluur van Piemel en Aarde. Even voor zijnen Hemelvaart fprak Jefus tot zijne Discipelen: Mij is gegeven alle Magt in Hemel en op de Aarde En Paulus

zegt; dat God door zijne groote kragt gewrogt heeft, toen Hij Christus uit den Dooden heeft opgewekt, en Plem gezet heeft tot zijne Regtehand in den Hemel, verre boven alle overheid, ende magt ende kragt, en heerfchappij, en allen naam, die genaa?nt wordt, niet alleen in deeze weereld, maar ook in de toekoomende , en heeft alle dingen zijnen voeten on. derworpen {\bj.

Ie weet, dat men deeze uitdrukkingen der Schriftuur gewoon is te verklaaren,"als toepasfelijk op Christus in de Hoedanigheid van Middelaar, want men zegt gewoonlijk, of fchoon zijne Goddelijke Natuur volftrekt aangemerkt, alle heerfchappij te voren bezat, wierd hem dezelve als Middelaar nu gegeven,

Dan laat ons op deeze drie zaken acht geven.

1. Nadien men ten minde in eenigen zin moet toedaan, dat de Menfchelijke Natuur

van

o) Matth. xxviii: 18. (> ) E-l'h. I: 20-22.

N

Sluiten