Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

io6 De Heerlijkheid yan Christus, als

lijk kan men onderftellen, dat Paulus zou gemeent hebben, Hij ftierf en ftond op als Mensch „ op dat zijne Godheid deeze Heerfchappij erlangen zoude, daar zijne Godheid dezelve eeuwig en onvervreemdbaar in zich zelve bezat, en geen' nieuwen Tijtel tot dezelve nodig had. Want zijn komen in 't Vleesch kon Hem daar van niet berooven, noch ook zijn Menfchelijk lijden herkrijgen zulk een' Godlijken Eisch en Magt, indien Hij zich van dezelve ontzet had.

Om nochthans in eens alle misverfrand té onderfcheppen, diend men in 't oog te houden,dat ik uit alle deeze Schriftplaatfen den Huis* houdelijken (osconomical) zin niet buiten fluit, lk wil zeggen, dat zij ook opzigt konnen hebben op Christus in zijn' geheelen Perfoon, als God en Mensch, en als Middelaar, of als Mensch Vereenigt met zijne Godheid, en zij konnen en moeten beteekenen zijne verhooging tot deeze Eere en dit Oppergezach in zijn Karakter als Middelaar, want zonder zijne inwoo. nende Godheid fchijnen veele derzelve te verheeven te zijn voor de Menfchelijke Natuur. Dan nochthans heeft de Natuurlijkfte, klaarfte en oorfprongelijklte meening van dezelve haar opzigt op de Menfchelijke Natuur, als welke ook alleen eigenlijk zijn kan het onderwerp van Verneedering en van Verhooging, welke alleen waarlijk konde lijden, en ook alleen in waarheid konde verhoogt worden, want de Goddelijke Natuur is in zich zelve voor geen van beiden vatbaar. Het is de Mensch, die verhoogd is, het is dezelfde Mensch Jefus, die Middelaar genaamt wordt, doch het is de Mensch, die ook God is in één Perfoon. Hij gehoorzaamde, leed, en flierf als Mensch, maar ver-

ee-

Sluiten