Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202 De Heerlijkheid van Christus, als

zonden , met vertroosting aan hunne gewisfen te verzegelen. Kan nochthans de Mensch Jefus niet zeggen, Vader, ik wil, dat deeze en die verharden zondaar in 't hart gegrepen, her~ vormd en geheiligd worde: Vader, Ikwil, dat zijne zonde hem yergeeven worden: En dat hierop de Geest van God uitgaat, en deeze Godlijke verandering in dien zondaar te wege brengt, en de vergeeving aan zijn ziele verzegelt. Waarom zou Jefus niet zoo wel wonderen van genade aan de Zielen der Menfchen uitoeffenen, op dezelfde wijze, als hij wonderwerken wrogt tot genezing van hunne lighaams-kwaaien?

Voorts, de Mensch Jefus kan willen, of zijnen wil uitlaaten, [exert a volition ] dat die en die wederhoorige zondaar bekeert, 't hart omgezet, en zijne zonden hem vergeven worden , cn dat volgens de geheiligde en onnafpeurlijke wetten der verëeniging tusfchen de Goddelijke en Menfchelijke Natuur de uitwerking te weeg gebragt, en de weldaad gefchonken worde, door de Al magt en 't Gezag der inwoonende Godheid. En in dezen zin wordt de Verhoogde Menfchelijke Natuur, door zulk eene wilsuitlating, [volition"] een zelf bewust werktuig, of mede uitvoerer in de mcdedeeling van deeze Goddelijke Gunst. Mogelijk zegt men hierop, wel immers was het dus ook in den Staat zijner Verneedering.zoo wel als nu? En wat voordcel heefe Christus in deeze door zijne Verhooging? Werkte niet altijd dc Godheid de wonderwerken uit door tusfehenkomst cener Menfchelijke vvilsdaad van Christus ?

Ik antwoorde, zeker ja: Maar het onderfeheid tusfchen zijne werking in den Staat zijner Verhooging cn van zijne Verneedering fchijnt deeze

te

Sluiten