Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz,. £05

tuur ondergaan heeft. De Goddelijke Natuur is oneindig en eeuwig, in ftaat tot alle hulp , zonder eenig opzicht tot de Menfchelijke Natuur, 't zij die al, of niet verzogt was geworden.

2. Het is het oogmerk in dit Kapittel om van de Menfchelijke Natuur te fpreeken, of liever van de Menschwording van christus, vs. 17. Hij moest ons gelijk worden, in de aam ' neeming van ons vleesch sn bloed, op dat Hij een Barmhartig Hoogenpriester zijn mogt om de zonden te verzoenen. De Menfchelijke Natnur nu is hier 't voornaam onderwerp, welke de verzoening te weeg brengt, fchoon de waardigheid in de "volkoome verdienste alleen van derzelver verëeniging met de Godheid voortfpruit. En dan wordt in het volgende vers gemeld, dat zijne Menfchelijke Natuur is bekwaamd en in faat gefield, om hun, die verzogt worden, te hulpe te koomen , om dat zij zelve is verzogt geweest, en hierdoor medelijden kan beoefenen , omdat Hij Mensch is, doch aangemerkt als vereenigt met Zijne Godheid. Dit is de natuurlijkfte en noodzaakelijke zin deezer woorden.

Merk verder op, dat Christus allerwegen in de Schriftuur wordt voorgedraagen , als 't Hoofd der Kerke, en de Heiligen als zijne Leden. Nu moet dit Hoofdfchap voornamelijk betrokken worden tot zijne Menfchelijke Natuur (fchoon niet met uitfluiting van de Goddelijke) om dat Hoofd en Leden van dezelfde natuur moeten zijn. Het tweede Kapittel van de Hebreen fchijnt gefchreven te zijn met een oogmerk, om de nootzakelijkheid aan te wijzen van Christus Menschwording ten einde eene eigenlijke

Sluiten