Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o6 De Heerlijkheid van Christus, als

1 ij ke en bepaalde betrekking tot zijn eigen volk te hebben: want, omdat de kinderen vleesch en bloed deelagtig zijn , heejt hij ook desgelijks hetzelve aangenoomen, opdat hij zijn mogf" een Broeder, Priester, Vader, en onderfleuner yan de verzogten , en dergelijke. Ook kan geene betrekking kerker vorderen het hebben van eene Menfchelijke Natuur dan dat van Hoofd en Leden. In welk eenen zin nu kan de Mensch "jefus , deeze betrekking van zulk een levend medelijdend Hoofd met zijn lighaam de Kerk betoonen en uitoefFenen, zoo hij geene bijzondere kennis heeft van dc nooden, droefheden, en 't lijden zijner bijzondere leden? Kan men denken, dat hij maar alleen eene algemeene verwarde kennis draagt, dat hij Leden op Aarde heeft, die moeiten en droefheid ondergaan , fchoon hij niet weet, hoe veele en welke die zijn, of ook als Mensch niet in ftaat is om iet [tot hunne bijzondere hulp toe te brengen ? Zou het niet vreemd zijn te zeggen: Hij heeft de allernaauuwftc en innigfte betrekking van Hoofdfchap tot zijne Leden, als Mensch zijnde van dezelfde natuur met hun; en dat Hij nochthans door de kragten dier natuur, in welke Hij deeze betrekking ophoud, en door welke Hij voornaamelijk hun 1 oofd is , nochthans niets tot hunne hulp of onderfteuning toe kan brengen ? Ik fta toe, dat de inwoonende Godheid Hem in ftaat fteld , tot vervulling van de behoeften zijner Leden , door Hem te voorzien met alle genade ; maar ik denk ook, dat men aan de Menfchelijke Natuur , door welke Hij zoo uitltcekend hun Hoofd is, moet toeftaan, een zelf bewust en verftandig middel, of werktuig te zijn van derzclve mcdedeeling.

V.

Sluiten