Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aio De Heerlijkheid van Christus, als

gen alle Knlën der geenen, die in den He» mei zijn, en op de Aarde, en onder de Aarde, en op dat alle Tongen zouden belijden, dat Jefus Christus de Heer zij tot heerlijkheid des Vaders. Nu is het zekerlijk de Menfchelijke Natuur, welke hier tot deeze verheven waardigheid verhoogd fchijnt, hoowel in verëeniging met zijne Godheid:, en dit blijkt, niet alleen, om dat zijne Goddelijke Natuur niet konde verhoogd worden, als oorfprongelijk en onafhangelijk gerechttigd tot alle Godsdienftig Eer- bewijs, maar ook- om dat zijn Menfchelijk Lijden en Verneedering de reden was van zijne Verhooging.

Ik ben niet vreemd van te gelooven, dat de Menfchelijke Natuur van Christus, kent en ziet alle de kniën, welke tot Hem geboogen worden , en hoord alle Tongen, die Hem belijden, hoe zou anders dit een eigenlijke belooning kennen zijn wegens het Lijden van Christus in zijne Menfchelijke Natuur? Of kan aan de Godheid eenige belooning toevloeijen uit het Lijden der Menschheid? Of kan God gezegd worden dus de zuivere Goddelijke Natuur te verhoogen tot een voorwerp van Aanbidding? Heeft dan de Menfchelijke Natuur van Christus geen aandeel in deeze Belooning? Of wordt de Menfchelijke Natuur van Christus op eene andere wijze beloond; bij voorbeeld , door een verlicht Afbeeldzel in 1 den Hemel, omkleed met fchitterende verfierfelen, boven de wolken en Harren hemel, doch onkundig van de Eer, die Hem door de Kerk op Aarde wordt toegebragt, daar nochthans deeze zelfde Eer Hem hier toegebragt wordende, gezegt wordt zijne beftemde belooning

te

Sluiten