Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

üao De Heerlijkheid van Christus, ah

Man Jefus Christus tot dit alles bekwaam ach:, geloof ik eer, dat het tot de Goddelijke Alwectenheid alleen behoort door eene eenige oneindige, tot alles uitgcftrekte en alles te gelijk omvattende kennis, te konnen kennen den vorm, de grootte, de gefteldheid en beweegingen van elk enkel ftofdeeltje, waaruit deeze geheele Aardkloot is famengefteld, met alle des-! zelfs dierlijke en groeijende voorbrengzels, en alle de andere weereld Planeeten, de Zon, Maan en Starren, met elke daad en omftandigheden van alle hunne Inwooners, ïk voldoe liever mij zeiven door te denken, dat het alleen het voorrecht is van God den Schepper, die oneindige Geest, om volmaakt te kennen elke beweging des Gemoeds, elke inwendige gedagte en wijze der daaden van allen, die behooren tot de ontelbaare bewooners der redelijke weereld, zoo van Engelen als Menfchen,

Durft nochthans iemand zoo ver gaan van te ftellen, dat eenig Schepfel in ftaat zou zijn, om te konnen kennen en te beheerfchen alles, wat tot de Hoffelijke en geestelijke weet reld behoort, het allergeringfte niet uitgezonden, met elke gedagte, en ieder ftofdeeltje, dat tot dezelve betrekking heeft; dan moetik verklaaren, wat mij betreft, dat ik dit niet geloove, nadien het veel te na zou koomen aan de ondcrfcheidcnde eigenfchappen en volmaakt ■ heden, welke God zich zelveu altijd alleen en in 't bijzonder heeft toegekent, en om dat het fchijnt weg te neemen dat duidelijk en blijkbaar onderfeheid, 't welk men altijd en onfchendbaar moet ftaande houden, dat tusfchen God en 't Schepfel plaats grijpt, Pe S.chrif-

tuur

Sluiten