Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

422 De Heerlijkheid van Christus, als

win (wiens gedagten men aan den voet deezes leezen kan (*)_) zich toegeeft om jn zijne befpiegelingen een hooger vlugt te neemen, die deeze bepaaling te boven gaan, ben ik gedrongen hem te moeten verlaaten, op dat ik niet zou fchijnen een fchepfel te vergoden, en een inbreuk te maaken op de allerhoogfte Majefteit van God.

B. Ten blijk, dat onze gezegende Zaligmaker in zijne Menfchelijke Natuur waarfchijnlijk bekwaam is om de alleraanmerkelijkIte Zaaken en Omilandigheden van 't Mensch-

dom

(*) Men vind deeze gedagte in onze Taal in een Werk, betijteld opera, of alle de Theologifche Werken van thomas goodvvin; overgezet door wijlen den zeer arbeidzaamen en godvrugtigen jACOBUf koelman, en gedrukt te Amflerdam bij jan hen* driksz. boom 1664. In 4to. Doch dit deel bevac maar eenige uitgekipte Verhandelingen van dien Schrijver, terwijl alle zijne Theolojgifche Werken in 't En* gelsch twee groote folianten uitmaaken. De Vertaaling van wijlen den Eerw. j. koelman luid dus op Bladz. 577 en 578.

,, Het verftand van die Menfchelijke Natuur heeft „ wetenfehap en kennis van alle de wederwaardighc-

den, die zijne Ledematen hier ontmoeten. Dit ftaat ,, klaar in den Text: Heb. IV: 15. Want de Apostel ,, fpreekt dit tot onze moetgeving, dat Christus door

gevoelen van onze zwakheden geraakt viordt, 't welk „ ons geene verkwikking konde geven, ten zij men voor ,, uit ftelle, dat Hij in 't bijzonder en onderfchcide-

lijk dcrzelve kent, en zoo Hij ze alle niet zoo wel ,, kende, dan eenige, zoo zouden wij, in alle , ver-

kwikking derven, als niet wciende, welke Hij wist,

en welke niet. En de Apostel zegt dit van zijne

Menfchelijke Natuur, (gelijk we getoont hebben) ,, want hij fpreekt van die Natuur, die hier beneden

verzogt is geworden; en daarom ftaat 'er, dat het ,, Lam, dat geflagt is, de Mensch Christus Jefus zoo

wel feven oogen heeft , als feven hoornen. Welke

Sluiten