Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

224 -De Heerlijkheid van Christus, als

Menfchelijke ziel, Want gradus non mutant fpeciem, dat is: verfchillende Graaden veram deren de feort of natuur niet.

Als wij ons begrip van de uitgebreide kragten van de ziel van Jefus zoo vernaauwen en beperken, dat wij ze bijna aan de onze gelijk Hellen, ontitaat dit van daar, dat wij al te hooge gedagten van ons zelve vormen, en té laage van den hooge en heerlijken God. Hoe ligt verbeelden wij ons het verfchil tusfchen God en ons zoo gering, dat eene ziel, welke de onze zoo zeer overtreft, als ik heb voorgadraagen, even daar door tot de Godheid zou worden opgevoert, daar men nochthans door de befchouwing van de vermógens der Engelen (gelijk ik zoo even heb aangemerkt) zal moeten toeftaan, dat 'er moogelijk onder hen begaafdheden en voortreffelijkheden zijn , opweegende tegen alle de Millioenen Menfchen' op Aarde, al waaren die tót eenen Geest vereenigt, en met dit al nochthans niet meer dan gefchapen Wezens blijven, en oneindig minder dan de groote God. En zeker, indien 'er zulk éen Geest is van zoodanige uitgebreide voortreffelijkheden en begaafdheden, zoo is 't Gode betaamelijk, dat zulk een Geest zijn zou de Ziel van Jefus, die zoo naauw vereenigt is met de Godheid, en die in alles de eerfte zijn moest, of den voorrang moest hebben. Coll. li 18:

Dan laat ons in deeZe redeneering ons onderzoek eens opvoeren, hoe groot en heerlijk wel een Schepfel door den Almagtigen Schepper zou konnen gcformeert worden?

Indien ik het waagen mogt, hier de taal der wijsgeerte te voeren, dan is het voor ons uit-

ftee-

Sluiten