Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

334 Heerlijkheid van Christus, als

heeft, of leven, onderftand en vermaak aan 't menschdom toebrengt.

Viirondbr st el nu eens , dat God een' aller'doorluchtig fl'en Geest fchiep , en die vercenigdc met het lighaam der zonne, gelijk eene menfchelijke ziel vereenigt is met een menfchelijk lighaam, veronderffel, dat deeze Geest een gewaarwordend vermoogen bezat , vatbaar genoeg om bewustheid te draagen van eiken zonneflraal , en alle de invloeden en uitwerkzelen van deezen zoo luisterrijk fchijnenden kloot en al deszelfs licht, hitte en beweeging, zelfs tot ïn de allerafgelegenile broeken. En vcronderftel, dat zij terzelve tijd in ftaat was door eenv daad van haaren wil, eiken zonneftraal naar haar welgevallen uit te fan.ten of in te houden, en daar door oppermagtig licht en duisternis, leven cn dood kon geven aan allen de dierlijke inwooners deezcr aarde, of zelfs ook aan allen de Planeetgeitellen, Zoodanig zou de verheerlijkte menfchelijke ziel konnen zijn van onzen gezegenden Verlosfer ycri'enlgt met zijn Verheerlijkt Lig' haam. En moogelijk, dat zijne kennis en vermoov.en nog hooger zouden reiken , dan dit zinnebeeld voordraagt,' voornaamelijk als wij hierbij te gelijk in 't oog hielden de Perfooneele verëeniging van die ziel en dat lighaam met de Goddelijke Natuur, cn als één met God.

Deeze edele gedagte nu zou nog konnen gefchraagt worden door deeze en dergelijke aanmerkingen.

Even gelijk onze zielen bewustheid draagen van 't licht, dc gedaante, beweeging enz. van zulke verafgelegen lighaamen, als de Planeet van iatumus of de vaste (darren, omdat onze oogen van daar de ftraalcn ontvangen. Zou men niet

even

Sluiten