Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Heerlijkheid van Christus, (lts

door gezegf. kari worden, dat ze ook dc hand heeft in het te wege brengen van alle die verfcheelende omwentelingen der Voorzienigheid, bij de behandelingen der zaaken , in de regecring van de weereld, en in 't befchikken van die wonderbaareTooneelen van 'tlaatfte Gerecht, en zulks alles uit hoofde van haare Vereenigingë met de Godheid.

Laat ons in aanmerking neemeri, welkeen kragt en Invloed de Menfchelijke Natuur vart Christus kan gehad hebben in het doen van wonderwerken, toen Hij nog op Aarde was. 't Is zeer waarfchijnlijk en genoegzaam zeker, dat het een deel was van zijne Goddelijke toerusting, en een bewijs van de zending zijnes Vaders, dat alles, waarom Hij bidden zou, en als dan ook zou willen, of beveelen aangaande eefiig foort van Bovennatuurlijk gewrogt; de uitwerking alzoo zeker op zijne willing, [volition'j of bevel zou volgen, als de Lighaams leden aan de Ziel gehoorzaamen, wanneer .zij die beweegen wil. Met de Apostelen was het zoo niet gelegen; zij hadden geen perfooneele verëeniging met de Godheid in hun woonende, zij beproefden eens, en moogelijk meermaalen om duivelen uittcwerpen, doch konden dit niet te wege brengen, maar als onze zie! wil, bc«* wegen zich altijd de leden van ons Lighaam op haar bevel , dus ook als Christus maar vilde een wonderwerk verrigten, dan volgde ook het Bovennatuurlijk uitwerkzel, zoo niet door Menfchelijk vermoogen, nochthans door eene Goddelijke werkkragt Laat ons dit in eenige voorbeelden nafpeuren.

Toen Hij den Melaatfchen reinigde Matth. Viil,, wilde zijne ziel, dat de Meiaatschheid

wij

Sluiten