Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 243

wijken zou, en zijne tong fprak deeze woorden, ïk wil; wordt gercinigt! en onmidliik volgde de uitwerking, de geneezmg van den Melaatfchen. Of de Menfchelijke Ziel van. Christus 'en dien tijde genoegzaame Kennis en Kragten bezat, o.n de [ Cra/is ] gefteldheid van. het Blo-d te veranderen, cn af te weeren de fmctftof uit het Lighaam, en al dé vezelen van het bedorven Vleesch te herftellen, èn daar aan wederom eene gezonde gefteldheid te geven, zou eene ftof tot tWijffelagng onderzoek konnen opleeveren. Dan indien de Goddelijke kragt vereenigt met de Menschheid, deeze oppermagti* tige gencezing te wege bragt, en het haar behaagde gebruik te maaken van de tusfchen beiden koomcnde willing [_volition~\ van den Menfchelijken wil, en van de taal der Menfchelijke tong tot deeze wonderdaad, zoo is 'ï nochthans zeker, dat de Man Christus Jifus zijn aandeel had in dit gewrogt; en van daar, dat ook gczegt wordt, dat Hij het Land doorgaan is, goeddoende en genezende alle, die van den Duivel overweldigt waren: want God was met Hem. Hand. X: 38.

Nog eens In 't midden van den frorm, wanneer Hij de winden gebood te zwijgen, en de Golven jlil te zijn, is 't zeer waarfchijnlijk, dat zijne Menfchelijke Ziel en Lighaam* in zich zelve, ten dien tijde, nier dien eigenlijken onmiddelijken en vermoogcnden invloed hadden op de YVinden en de Goiven, om zoo eene wonderdaadige kalmte en ftilte voortebrengen Maar nochthans zijne Godheid doof derzelve oneindig veru-oogen, bedwong deeze oproerige Elementen op den wil en het woord van Christus, die den ftorm beftrafte: En tefQ s wijl

Sluiten