Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 245

en Ik dank U, da: Gij Mij verhoord hebt.

Dan moogelijk is 't eenigzin-? anders in en Raat zijner heerlijkheid. Verbeelden wij onzen Heiland in den Hemel, als een volkoome en volftrektc magt ontvangen hebbende over alle dingen in den Hemel, en op de .Aarde. Matth. XXVIII: 18, En dac Hij daarin die boven Weereld zijn verblijf houd, en doorzijn eigen alleruitgeftrekfte vatbaarheid der ziele, en door de inwoonende Godheid, geduuriglijk onderrigt wordt van de Goddelijke Raadflaagen, opzigtelijk het Beftuur van de Weereld, en van de Kerke, zoo bijzonderlijk, als Hij gewoon was kennis te ontvangen van elke enkele gelegenheid tot het doen van een wonderwerk hier op Aarde. Veronderftel verder, dat in zijnen Verhoogden Staat, zijne Volmagt zoo algemeen en uitgebreid is, dat Hij volgens elke onverwagte gebeurtenis in ftaat is, Beveelcn te geven aan de Engelen, zoo goeden als kwaaden. En aan de Aarde Lugt en Zeeën, tot een zonderling dienst-betoon aan zijn Volk, en tot ftraffe°van zijne vijanden. Indien nu alle die oneindig verfcheelende uitwerkingen zich aanftonds vertoonen, en aan zijn bevel beantwoorden, (offchoon in waarheid door zijne Goddelijke kragt uitgevoerd) dan kan ook eigenlijk gezegt worden. dat Hem alle Magt gegeeveu is in Hemel, en op Aarde, en om alle dingen in de boven en beneden Gewesten te beheerfchen; in zoo ver naamelijk als de inwoonende Godheid van de Menfchelijke Natuur gebruik maakt, als haar heerlijk en zelfbewust Middel ter uitoefening van derzelve allerhoogst gezag en Goddelijk alvermoogen, en dus dan geeft de Man jefus, aangemerkt in verëeniging met

Q 3 zir

Sluiten