Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 249

fchied uit hoofde der Goddelijke natuur, die in hem woond, en derhalven mag de Perfoon van onzen gezegenden Heiland, als zijnde God en Mensch, wel te regt deeze Goddelijke voorregten van kennis en magt, worden toegefchreeven. Daar zij ons dan gegeven zijn tot een onderfeheid tusfchen God en het Schepfel, konnen zij door het Woord van een' getrou-ven en waaragtigen God, niet aan eenig Perfoon worden toegefchreeven, die ook niet de waaragtige God is, en uit deezen hoofde behouden zij tevens de natuur van bewijzen , die ons de waare Godheid van Christus bevestigen.

Mogelijk, zoo lang wij op aards leeven, zal 'er eenige zwarigheid overblijven , om alle de bijzonderheden te vereffenen , die den Perfoon, de Ambten en 't werk van onzen gezegenden Heiland betreffen: Dan daar wij vastclijk gelooven, dat Zijn Naam Immanuè'l is, of God met ons, en dat de Godheid en Menschheid vereenigt zijn tot een' Perfoon als Middelaar, en daar wij insgelijks overreed zijn, dat de Characters en Bedieningen, welke Hij bekleed, zulke vermogens en kragten vorderen, tot welker volmaakte uitoeffening geen gefchaapen weezen oojt bekwaam kan zijn; zoo moeten wij derhalven altijd, wanneer wij verleegen zijn om te bepaalen, welke werkingen in eenig deel zijner bedieninge tot zijne Godheid, of tot zijne Menschheid behooren, dit betrekkelijk maaken tot zijnen geheelen Perfoon, als Middelaar God en Mensch.

In deezen Perfoon zijn wij zeker, dat overvloedig genoegzaam zulke vermoogens en kragten zijn, als tot het uitvoeren van elk ambt, dat hij bekleed, noodig is, of vereischt wordt.

Q 5 Als

Sluiten