Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

God en Mensch aangewezen, enz. 2.5.3

toetcbreng.cn aan Hem, die eer en liefde toekoomt, en niet vergeeten het aandeel van de Menfchelijke Natuur van Christus in de fmerten zijner Verneedering, en in dc Heerlijkheid vant zijne Verhooging, zoo dikwijls wij ons nederbuigen voor onzen Immanucl God met ons* Zie deeze zaaken nader behandeld, en in 't breede uitgebreid in mijne derde Disfertatie over de Heilige Brieëenheid

Zulke verheven gevoelens als deeze, om-, trent de vermogens en waardigheden van onzent Verhoogden Verlosfer, konnen ons ook den zin en fchganhcid ontdekken van verfcheide uitdrukkingen der Schriftuur, die ons te vooreti onbekenc waren, of over 't hoofd gezien wierden En doen het tevens blijkbaar worden, hoe eigenlijk en gegrond de Schriftuur gewaagt van den loon , cn de vergelding, welke Christus bekoomen heeft uit hoofde van zijn Lijden en Verneedeiing Het wijst ons tevens aan de onderfcheide vatbaarheden en verhoogde vermogens, met welke Hij voorzien is ter uitoeffening van de heerlijke bedieningen van Heerfcher en Rechter , met welke de Vader Hem bekleed heeft

Terwijl wij ons dus tcegeeven in eens geheiligde vrijheid in onze overdenkingen over dit onderwerp, konnen wij ons ook aangevuurt vinden in heilige verzugtingen tot den Hemel hier boven, waar de Perfoon van onzen grooten Verlosfer zi: aan Gods regtehand. En zulk eene opheffing van onze gedagten kan ons tevens aanfpooren tot een' verderen trap van oot. moedige en geheiligde weetgierigheid, tot wij eens geraaken moogen tot eene betere en naauwere kennis aan dien grooten Theanthropos, of

God

Sluiten