Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vul ifir

3. Pnt dus een wettig Leeraar op geene Politieke wijze van zijnen pos>r naar billijkheid kan verlaaten worden, zoo lang hij niet zondigt door Seditieufe daaden. p. 7, 8.

4. Dat in dit en alle Crinüneele gevallen een behoorlijk RecVsgeun >, en gereegeld Procts vooraf móet gaan, en de Dimisfie dan Kerkelijk volgen, die nooit eene Burgerlijk ftrtaf kan zijn. p. 8, 9.

5. En dat alle Politieke ontzettingen, zonder voorafgaand onderzoek en verantwoording* altoos mer reden als onbillijk befchouwd zijn, p. 9-11.

Hiflorifcbe en Beredeneerde overgang tot het lichaam

der Deductie, p. U—14. Verdeelitig, p. 14.

Ifte Stuk.

Rapport van alles wat voor, lij en na mijne Re* ., motie gtfebied is. p. 15--118. Handelingen van het Minifterie over den Eed van

9 Maart 1795. p. 15, 16. Over dien van 11 Dec. i?95« P« 17—19* De Belofte van 5 April. p. ao.

Defluit van het Minifterie in mijne abféntie en kennisgeeving daar van aan mij bij Commisfie. p. ai, aa. Schriftelijk Advies van mij in het Minifterie , op

13 Julij 1796. Waar in „ A. De redeneering voorgefteld van iemand , die „ de Belofte volftrekt zou willen weigeren, „ — door mij verworpen, p> 23—34„ B. Die van iemand, welke de Belofte doen wil, „ prout jacet, en mijne Aanmerkingen daar „ over. pag. 34—37. „ C. Mijn eigen gevoelen, p. 37—40.

Nadere Aanmerkingen daar oratrend. p. 41, 42. Oproeping voor eene Commisfie tot het doen der Belofte, en mijn gedrag op 14 Julij 1796. p. 42» 43-

Sluiten