Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 12, >

ten grondflage hunner handelingen te dellen; fk beriep mij op niets anders dan op deszelfs eigene letterlijke Publicatien, en beloofde op dien voet onderwerping en een ftil keven met eerbaarboid en Godzaligheid:

Deeze was mijne misdaad, men fcheen mij niet te •willen verdaan, men na?';e op mij een Decreet toe dat tegen de wcigiracbtige genoomen was, ik werd eerst in mijnen dienst gefchorst en vervolgends voor gedimitteerd gehouden.

Van dien tijd af verkondijde ik het Euangelie mijnes Zaligmakers mijnen Broedf-n-n niet meer: ik_ was van mijn hoogfte genoegen beroofd: een niet min onaanzienlijk gedeelte der Gemeente betreurde mijn gemis, en voor het tijdelijk leeven zag ik mij met eene talrijke Familie omringd van fombere uitzichten;

Wat konde'ik doen? wat behoorde ik te doen? — Ik gevoelde verfchillende betrekkingen en verpligtingen, en elk van die was ten hoogden gewigrig voor mijn hart. — De eerfte en voornaamfte van aüen was oprechtheid voor God en menfchen; deeze veroorloofde mij niet mij met dubbelzinnigheden te redden , mijn geweeten aan het gezag van anderen te binden , of blindeling, zonder overtuiging, mijne Medebroederen te volgen, die, misfchien ja, wijzer en beter waren dan ik, maar welke de zwarigheden niet inzagen, met welke ik te tobben hadde: mijne confcientie zeide mij, dat ik nimmer, om lief of leed, tegen mijne overtuiging handelen mogt, en dar. elk mensch, in twijfelingen over het al of niet geoorloofde eener handeling, het ontkennende moet volgen, om dat, volgends de Leer van den Apoftel paulus aan de Romeinen, al wat niet uit den geloove (dat is , uit volkoomene overreeding van de geoorloofdheid eener daad ) gefcbiedt, zonde is., C. 14: 2ï. En, waar over was mijne twijfeling? — Niet, of ik zwaarigheid moest niaaken mij aan het tegenwoordig Gouvernement, en de orde van zaaken, die hu beftondt, te onderwerpen; Dit begreep ik, kon elke Regeering , waar onder ik ook leefde , van mij eifchen , en zelfs de Goelijke wet verpiigte mij daar roe: Ook niet, of ik eene belofte kon doen, van mij ftil en vreedzaam te gedraagen , geene cproerigbeden te ftooken ofte bedrijven ; dit vorderde Godsdienst, vaderlands - liefde , orde, volks - welvaart, en mijn

eigen

Sluiten