Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

212 >

„ echter niet daar uit voortfproot, dat ik voorneemens zou zijn de belofte te weigeren, het geen ik nooit in „ mijne gedachten had, zelfs niet om eenige verbodene „ reftrictien te maaken, maar om dat ik meende eenige „ duifterheden in de termen der belofte aan te treffen , „ en mij niet gaarne in eene plegtige gelofte aan dubbelzinnigheden of mentale refervatien zou fchuldig maa„ ken, en dat ik dus bereid was, neevens mijne waar„ dige Amptgenooten, de belofte te doen, maarzoo, „ dat ik teevens een Declaratoir zoude overgeeven van „ mijne meening bij het afleggen, en den zin waar in ik de termen verftond."

Ik zeide voorder : „ Dat ik, in gevalle ik op de „ Vergadering waare tegenwoordig geweest, mijne s, reedenen en confideratien aan mijne Collegen zou ,, hebben medegedeeld , en dat ik het nog niet broe-

derlijk vinden zou, hun dezelve te onthouden; dat „ ik dus tegen 's anderen daags aan den Prafes Mini„ fterii Vergadering verzoeken, en daar in mijne aan-

merkingen zou communiceeren, om, zo doenlijk, te „ beproeven, of men tot een éénsgezind befluit koo,, men konde, of, in alle gevallen, mij tegen de

befchuldiging van onbroederlijkheid te dekken." Mijn Collega fcheen met mijn antwoord, na eenige difcusfien , te vrede te zijn , althands zeide , dat ik zulks doen koade , ook vergunde mij Collega van velsen de verzogte Vergadering, en het Minifterie kwam wederom bij één, op Woensdag den i3den Julij. In deeze Vergadering verhaalden mijne Amptgenooten mij, op wat wijze zij de beloften verftonden , de gronden waar op zij meenden dezelve zonder Declaratoiren te kunnen afleggen, en ik werd hier van overtuigd , dat hnnne denkwijze (hoe verfchillende van de mijne) eerlijk en gemoedelijk was. Op mijn beurt gaf ik hun mijne confideratien op, en had het wederkeerig genoegen, dat zij nok mijne wijze van denken voor eerlijk en gemoedelijk erkenden.

Het ftuk zelve, dat ik hun Eerw. voorlas, was van den volgenden inhoud:

ADVIS

Sluiten