Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'< 44 >

Maar konde ik dat doen ? Mijn verfchil van mijne Medebroeders was noch partijfchap, noch hoogmoed, noch hoofdigheid , maar deeze onoverwinlijke infpiaak van mijn geweten: „ Doe nooit eene belofte. s, die gij zelve niet in alles verftaat, en waar bij „ de Afneemers niet letterlijk weeten hoe gij het „ meent, en bedrieg nooit God , bet Gouvernement „ en u zeiven, door mentale refervatien en verzweegene conditiën." Deeze overtuiging bleef dezelfde , ook kon ik mij naauwlijks verbeelden , dat eene verklaaring, waar bij ik volftrekte onderwer.ping en ftilheid beloofde, en geene belofte weigerde, maar mij alleen beriep op het geen het Gouvernement zelve mijn onvervreemdbaar recht genoemd had , mij ten kwaade zou geduld worden, en ik verwagte dus den uirflag met onderwerping aan het geen God over mij befchikken zoude.

Des Zondags, den J7den Julij, vervulde ik het laatst mijne beurt in de gewoone Zondag-avond Bedeitond, neemende ten texte, i pet. 5: 7. werpt alle uwe bekommeringen op den Heere, want bij .zorgt voor u. Ik bleef in algemeene en Godsdienitige voorftellen, en fprak van geene bijzonderheden, en echter heb ik het ongenoegen moeten ondergaan, dat, onverdiend , zommigen , die daar tegenwoordig waren , en andere naderhand , in naamlooze geïchriften , mij hebben zoeken verdagt te maaken , als of ik mijne Amptgenooten van veinzerij befchuldigd had; — nooit , zoo veel ik weet, heb ik iemand hunner in bewijzen van Broederlijkheid gemanqueerd, altoos getoond, dat ik liefde en vrede en infchiklijkheid beminde, en hoe zou ik dan hun hart beoordeelen ? daar ik , in alle verfchillen, overtuigd ben, dat men zaaken zeer onderfcheiden inzien, beoordeelen en behandelen kan, en van weerzijden eeven eerlijk en gemoedelijk zijn. Ik wil mij dus openlijk van deeze verdenking zuiveren , en den mond floppen aan de haatelijke oorblaazers, die tusfchen Broederen krakeelen inwerpen, en, (naar salomo's taal) de voornaamfte vrienden fcheiden, en daar toe aan den voet dezer bladzijde opgeeven de letterlijke Schets mijner vooraffpraak voor hec Gebed , zoo als

ik

Sluiten